Anbiplein

Ga naar desktop versie Inloggen

aangepast besluit staatssecretaris van Financiën over giftenregeling

5 januari 2015

 

 

Het beleid over de giftenregeling is eind december jl. door de staatssecretaris van Financiën aangepast. In een besluit zijn een aantal nieuwe toezeggingen en toelichtingen gedaan door de staatssecretaris. Onderstaand treft u enige toelichting aan op deze onderdelen.

 

Uitkering van resterende termijnen ineens bij overlijden

Van een periodieke gift is in principe alleen sprake als overeen is gekomen dat de uitkeringen vijf of meer jaren worden voldaan en dat deze schenkingen eindigen uiterlijk bij het overlijden van de schenker. Er is in dat geval enige onzekerheid aanwezig of de verkrijger de giften ontvangt. Deze onzekerheid onderscheid een periodieke gift van een schenking van een vast bedrag in termijnen.

 

De schenker wenst soms dat na zijn overlijden de resterende termijnen ineens worden uitgekeerd. Op het moment dat in de schenkingsovereenkomst is opgenomen dat de resterende termijnen bij overlijden ineens worden uitgekeerd is niet voldaan aan het onzekerheidsvereiste van een periodieke gift.

 

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat ook sprake is van een periodieke gift als de schenker via zijn testament middels een legaat bepaalt dat bij zijn overlijden de resterende termijnen van een periodieke gift ineens aan de instelling worden uitgekeerd.

 

Loketinstellingen

Een schenking van een ANBI is niet vrijgesteld van schenkbelasting op het moment dat deze instelling fungeert als een zogenoemde loketinstelling. Het komt voor dat belastingplichtigen een gift doen aan een ANBI met de opdracht om deze gift door te betalen aan een door de belastingplichtige aan te wijzen derde. Zowel giften aan een ANBI als verkrijgingen van een ANBI zijn vrijgesteld van schenkbelasting. Op deze manier zou geheel geen schenkbelasting verschuldigd zijn. Bovendien zou de Belastingplichtige op oneigenlijke wijze profiteren van de giftenaftrek.

 

De Belastingdienst zal bij de beoordeling van op deze wijze vormgegeven giften aan de tussenkomst van de ANBI (de loketinstelling) voorbijgaan. Er wordt derhalve zoveel mogelijk aangesloten bij de daadwerkelijke situatie waardoor de giften niet in aftrek kunnen worden gebracht en (mogelijk) schenkbelasting verschuldigd is door de verkrijgende partij.

 

Modelovereenkomsten Belastingdienst

Er is gebleken dat de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst de indruk hebben gewekt dat giften die zijn gedaan vóór het sluiten van de overeenkomst ook kunnen meetellen als periodieke gift. Dit is echter onjuist. Op het moment van de schenking dient er een notariële of onderhandse akte aanwezig te zijn.

 

Voor het jaar 2014 is echter goedgekeurd dat giften die zijn gedaan in 2014 en niet berusten op een notariële of onderhandse akte alsnog kunnen kwalificeren als een periodieke gift. De voorwaarden hierbij zijn als volgt:

-      In het jaar 2014 is een notariële of onderhandse akte van schenking opgemaakt;

-      De giften in 2014 kunnen alleen als periodieke gift worden aangemerkt voor zover deze niet hoger zijn dan het in de notariële of onderhandse akte van schenking opgenomen bedrag van de jaarlijkse uitkering of verstrekking;

-      Aan de overige voorwaarden voor een periodieke gift is voldaan.

Laatst bijgewerkt op maandag 02 februari 2015 13:06

Hits: 3364

Informatieverplichting voormalige ANBI's

5 januari 2015

 

In 2013 is bij de bekendmaking van de publicatieplicht voor ANBI’s aangekondigd dat voormalige ANBI’s ook informatie moeten verstrekken aan de Belastingdienst. De inhoud van deze informatieverplichting is eind november jl. bekend gemaakt.

 

Welke instellingen moeten informatie verstrekken?

Instellingen waarvan de ANBI-status na 31 december 2012 is ingetrokken, worden verplicht om jaarlijks informatie te verstrekken aan de Belastingdienst.

 

Welke informatie moet worden verstrekt?

De voormalige ANBI dient jaarlijks de volgende informatie te verstrekken aan de Belastingdienst:

  • het totaalbedrag van de schenkingen gedaan in een kalenderjaar door de instelling aan een ANBI of SBBI;
  • het totaalbedrag van de schenkingen gedaan in een kalenderjaar door de instelling aan een ander dan een ANBI of SBBI waarvan de schenking per verkrijger niet groter is dan hetgeen vrij mag worden geschonken aan een derde (2014: € 2.092). Daarnaast dient het aantal verkrijgers van voornoemde schenkingen te worden vermeld;
  • het geschonken bedrag per verkrijger gedaan in een kalenderjaar door de instelling waarvan de schenking per verkrijger groter is dan hetgeen vrij mag worden geschonken aan een derde (2014: € 2.092). In dat geval dient tevens de volgende informatie over de verkrijger te worden verstrekt:
    • Ingeval de verkrijger een natuurlijk persoon is: de naam, geboortedatum, woonadres, Burgerservicenummer (of indien van toepassing buitenlands fiscaal identificatienummer).
    • Ingeval de verkrijger een rechtspersoon is: de naam, adres, vestigingsadres en het fiscaal nummer (RSIN).
  • Een verloopoverzicht van het ANBI-vermogen. In dit overzicht dient de ontwikkeling van het ANBI-vermogen per kalenderjaar te worden vastgesteld vanaf het moment dat de instelling niet meer als ANBI is aangemerkt.

Onder het begrip ANBI-vermogen wordt verstaan: het eigen vermogen van de instelling op het tijdstip waarop de instelling niet meer wordt aangemerkt als ANBI verminderd met de bedragen die vanaf dat tijdstip zijn besteed ter verwezenlijking van de doelstelling en de daarmee verband houdende beheerkosten. Het ANBI-vermogen en eigen vermogen zijn derhalve niet per definitie aan elkaar gelijk.

 

Op het moment dat de instelling halverwege het kalenderjaar niet meer als ANBI wordt aangemerkt, dient de instelling tussentijdse cijfers op te stellen zodat het ANBI-vermogen kan worden vastgesteld.

 

De voormalige ANBI heeft geen informatieplicht (meer) als het ANBI-vermogen niet meer bedraagt dan € 25.000 op het moment dat:

-          de ANBI-status wordt ingetrokken; of

-          aan het begin van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.


Er is in de regeling geen toelichting gegeven op het begrip ‘eigen vermogen’. Logischerwijs wordt aangesloten bij het begrip eigen vermogen uit de jaarrekening. Dit leidt tot de conclusie dat (ons inziens ten onrechte) bijvoorbeeld ook het collectief gefinancierde gebonden vermogen van een zorginstelling tot het ANBI-vermogen behoort.

 

Wanneer moet de informatie worden verstrekt?

De voormalige ANBI moet de informatie langs de elektronische weg verstrekken binnen acht maanden na afloop van het kalenderjaar.

De gegevens en inlichtingen over het kalenderjaar 2013 dienen in afwijking van het vorenstaande tussen 1 februari 2015 en 1 mei 2015 te worden verstrekt. Deze gegevens kunnen nog niet elektronisch worden ingediend. Er zal een formulier op de website van de Belastingdienst worden geplaatst die door de instelling moet worden ingevuld en geretourneerd aan de Belastingdienst.

Het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van de informatie aan de Belastingdienst wordt aangemerkt als een overtreding. Het gevolg is dat een geldboete van € 20.250 kan worden opgelegd door de inspecteur.

Laatst bijgewerkt op maandag 05 januari 2015 09:15

Hits: 2051

© 2017 alle rechten voorbehouden anbiplein | Development by HvN webdesign

Top Desktop versie